Even was ik vreemdeling in eigen land

Bijna een jaar geleden leefde de wereld toe naar het WK voetbal. Normaal gesproken zou overal het Oranjegevoel tot leven komen. Vorig jaar even niet, want Nederland deed niet mee…

Toen duidelijk werd dat het Nederlands elftal niet mee zou doen, haalde ik mijn schouders op. We waren niet goed genoeg. En ik zou vast en zeker van andere landen kunnen genieten. Maar tijdens het WK miste ik het Oranjegevoel enorm. De oranje vlaggen in de straat. Samen juichen en balen met vrienden en familie. Het wij-gevoel dat er alleen is als Oranje speelt en als er een aanslag wordt gepleegd.

Een deel van ons land was wél in een WK-stemming. Hier in de Utrechtse wijk waren het vooral Marokkanen. Zij hadden zich wel geplaatst. Dat gold ook voor Iran. Omdat het land sinds 1979 een islamitische staat is, telt ons land inmiddels veel Iraanse vluchtelingen die de islam afwijzen. Een deel van die Iraniërs komt op zondag naar onze kerk. Een Iraniër nodigde de kerk uit om de komende week in een buurtcentrum – tijdelijk omgetoverd in een Iraans café – de wedstrijd Iran-Spanje te kijken.

‘Leuk!,’ dacht ik toen nog. Hunkerend naar dat Oranjegevoel zag ik het helemaal voor me. Negentig minuten lang Iraniër zijn, met hen meeleven en als het even kan meejuichen.

Ik weet nog goed dat ik ergens in Utrecht op zoek ging naar die ‘Iraanse kroeg’ vol gezelligheid. Het was even zoeken. Omdat de wedstrijd al was begonnen zat iedereen binnen. Lang leve Google Maps! Stilletjes hing ik mijn jas op aan de kapstok. Zenuwachtig waren alle Iraanse ogen gefocust op het beeldscherm. Mijn komst werd duidelijk niet opgemerkt.

Tijdens de wedstrijd stelde ik mij voor aan mijn Iraanse buren. Ik vroeg of ze zenuwachtig waren en of ze dachten dat Iran kans zou maken om te winnen. Het ijs werd niet gebroken… Er zat niets anders op dan naar het beeldscherm kijken. Om mij heen werd in het Farsi de wedstrijd geanalyseerd.

De scheidsrechter floot. Het was rust. Ik zag een Nederlands meisje zitten. Eindelijk iemand om mee te praten. Ik ging naast haar zitten. Ze was die avond meegekomen om haar Iraanse vriend te steunen. Na de pauze ging alles op oude voet verder. In het Farsi werden alle emoties geuit. In het Farsi boden mensen elkaar een hapje en een drankje aan. In het Farsi werd verteld dat Iran best goed voetbalde.

Het eindsignaal klonk. Spanje won de wedstrijd met 0-1. Iran heeft het goed gedaan en had grote kansen op de gelijkmaker. Iedereen ging naar buiten om de nederlaag te verwerken en na te praten over de wedstrijd. In het Farsi. Ongemakkelijk keek ik naar links en naar rechts. Geen Nederlander te bekennen. Ik pakte mijn jas, sloop stilletjes weg en fietste weer naar huis.

Het is heel lang geleden dat ik mij vreemdeling voelde ik eigen land. Op de fiets dacht ik aan al die duizenden vluchtelingen die de taal niet spreken, maar wel Nederlander willen zijn. Ik dacht aan dat stel dat op zondag naar een nieuwe kerk gaat en door niemand wordt aangesproken. Vreemdeling zijn in je eigen land. Dat voelt minstens als een 0-1 nederlaag op het WK voetbal.

Advertenties

Evangelisch Nederland laat zich weer eens op de kast jagen door een refodominee

Wat is het leven toch heerlijk voorspelbaar. Raketaanvallen op Israël, Geert Wilders die moslims beledigt, Gordon die ruzie maakt met een andere Bekende Nederlander. Dit is allemaal een kwestie van tijd. Dat geldt ook voor evangelische christenen die zich op de kast laten jagen door kritiek van een reformatorische dominee.

Twee jaar geleden zorgde ds. M. Klaassen voor ophef in christelijk Nederland. In het Reformatorisch Dagblad uitte de hervormde predikant kritiek op de Pinksterconferentie Opwekking. Op sociale media brak een storm uit. Veel evangelische christenen haalden hard uit naar de refodominee uit Zeeland. Het viel mij op hoe weinig het over de inhoud van zijn betoog ging. Zijn gereformeerde kapsel en zwarte pak kregen er flink van langs. De evangelische woede-uitbarsting deed mij denken aan Petrus die vlak voorafgaand Jezus’ dood het oor van Malchus afhakte met zijn zwaard.

Dit keer is ds. J. M. D. de Heer aan de beurt. Ook deze dominee is actief in het reformatorische Zeeland en werd via Facebook digitaal gestenigd. Gelukkig is de kans dat een evangelische christen een psalm op hele noten zingt nog altijd groter dan dat ds. De Heer zelf actief wordt op Facebook…

Vorige week hield de dominee een lezing over opwekkingsmuziek. Dominee De Heer vindt het duidelijk geen goed idee als de HEER met deze muziek wordt aanbeden. In zijn kritiek ging de gereformeerde gemeente-predikant best ver. Hij raadt zijn kudde aan om kerken waar Opwekking wordt gezongen te mijden.

De kritiek van de dominee deed mij denken aan mijn interview met evangelist Jan van Dooijweert, lid van hetzelfde kerkverband als ds. De Heer. Als Jan het land ingaat, krijgt hij van tientallen mensen te horen dat ze de Gereformeerde Gemeenten hebben of gaan verlaten. De arrogante, niet-pastorale houding van dominees, de eenzijdige preken over zonde en gejammer over bijzaken als tv-gebruik en het dragen van leggings jaagt ‘gergemmers’ de kerk uit. Huiswerk voor ds. De Heer?

Maar alleen huiswerk meegeven aan de predikant mag niet het antwoord zijn. Als deze broeder ergens goed in is, is het in huiswerk maken. Hij heeft zelfs een proefschrift over de evangelische beweging geschreven. De beste man weet waarover hij praat. Bovendien duren lezingen van ‘gergemmers’ over het algemeen meer dan drie kwartier. Hij zal dus ook echt wel nuttige en leerzame dingen over opwekkingsmuziek hebben gezegd. Huiswerk voor evangelisch Nederland?

Eén van zijn terechte kritiekpunten is bijvoorbeeld dat het in evangelische kerken erg veel draait om emotie en beleving. De opwekkingsliederen zijn daar uitermate geschikt voor. Ik heb regelmatig problemen en schuldgevoelens ‘weggedanst’ en ‘weggeklapt’ terwijl de opwekkingsmuziek door de speakers schalde. Zelfs de evangelische spreker Teun van der Leer is het met De Heer eens. De evangelische worshipcultuur vindt hij eenzijdig en hij pleit voor meer psalmen zingen in evangelische kerken.

In heel veel opwekkingsliederen gaat het over hoe blij we mogen zijn dat Jezus leeft. Hij heeft de zonde en de dood verslagen. YES! Daarom is de opwekkingsbundel een gigantische aanwinst voor christelijk Nederland. Maar het leven doet heel vaak pijn en is oneerlijk. De psalmen belichten álle aspecten van het leven en zijn veel meer in balans. “Wat als je niet geneest of wat als de hemel van koper lijkt? De Psalmen nemen dit allemaal mee en reiken het je aan als instrumenten voor je geloofsleven,” aldus Teun van der Leer.

Ik zie dat veel evangelische christenen het niet aandurven om kritiek van reformatorische dominees eerlijk ter harte te nemen. Schieten uit de evangelische heup is veel gemakkelijker. Het zwarte pak van dominee De Heer en de refocultuur zijn dan geschikte stokken om er heerlijk op los te slaan. Deze mensen zijn ertoe in staat om de eerstvolgende zondag zonder blikken of blozen ‘Sta eens even op als je Jezus liefhebt’ te zingen. Het wordt tijd voor een nieuw opwekkingslied. ‘Sta eens even op als je dominee De Heer liefhebt’. Ik vrees dat de meeste evangelische christenen op hun stoel blijven zitten…

Theologen zijn in christelijk Nederland elitaire wijsneusjes

Er is iets opmerkelijks aan de hand in het kleurrijke christelijke Nederland. De tijd dat mensen blind achter de dominee aanliepen is voorbij. Gelukkig. Maar veel ‘schapen’ dreigen onze ‘herders’ met al hun kennis en ervaring buiten de deur te zetten. Hoe kan dat?

Als redacteur van CIP.nl heb ik inmiddels meer dan honderd dominees mogen interviewen. Eén ding weet ik zeker. Dominee zijn is niets voor mij. Het is ploeteren geblazen! Iedere week moeten er één of twee nieuwe preken gemaakt worden. En de lat ligt hoog. Dat is ook niet zo gek als mensen één of twee keer per week naar de kerk gaan. Als je gaat, dan wil je ook echt iets nieuws en verrassends horen.

Daarnaast voer je als dominee heel veel gesprekken. Vaak over koetjes en kalfjes. Maar daar blijft het niet bij. Er komen heel wat ‘moeilijke gevallen’ voorbij. Echtparen in een huwelijkscrisis. Verliefde stellen die gaan trouwen. Luizenmoeders en -vaders met opvoedingsproblemen. Klagende ouderen die de jeugd niet meer begrijpen of opzien tegen de dood. En wat dacht je van al die zoekers die heen en weer geslingerd worden en niet snappen wat er in dat ingewikkelde Bijbelgedeelte staat?

Kortom, wat zou het mooi zijn als er een opleiding gevolgd kan worden waarbij docenten leren hoe je hiermee omgaat. Toevallig heeft mijn vrouw zo’n opleiding gedaan in Apeldoorn. En nu is ze theoloog.

Ik durf dat bijna niet hardop te zeggen. Waarom?

Eerder dit jaar vertelde ik hierover. Twee christenen keken mij met gefronste wenkbrauwen aan. Theologie. Dat woord had ik niet uit moeten spreken. Theologie is een vies woord geworden in onze kringen. Hoe is het zover gekomen?

De opkomst en populariteit van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet is geen toeval. Baudet is een meester in het framen en neerhalen van zijn politieke tegenstanders. De elite. Het partijkartel. Hij gruwt ervan. Het ‘volk’ vindt het heerlijk. Eindelijk iemand die heilige huisjes omvergooit. (Overigens is het wel opmerkelijk dat Baudet zich zelf ook enorm elitair gedraagt).

De christenen die gruwen van theologie hebben niks met de ‘elite’ die na zes jaar hersenen kraken afstudeert aan een universiteit in Apeldoorn of Kampen. Het volk heeft aan zijn eigen Bijbel genoeg. Om die dekselse theologen vervolgens in de hoek te zetten wordt een theoloog voortaan theo-LOOG genoemd. Ik zou bijna zeggen dat zelfs Freek de Jonge een betere grap kan verzinnen.

Terwijl theologen de Bijbel in de grondtalen Hebreeuws en Grieks bestuderen, heeft het ‘volk’ aan dominee Google en ouderling Wikipedia voldoende. Stel je je eens voor dat je op die wijze ook met je kapotte auto zou omgaan. De automonteur slaan we even over. Er is vast wel een buurman of familielid te vinden die Max Verstappen pas nog heeft zien rijden op tv.

Dat simplisme verbaast mij enorm. Je zou bijna vergeten dat de Bijbel niet één boek is, maar een verzameling van 66 verschillende boeken met verschillende stijlen. Poëzie, geschiedschrijving, profetie, brieven… Maar daar moeten we zogenaamd niet te ingewikkeld over doen. ‘Jezus houdt van je en wil je redden.’ Dat schijnt genoeg te zijn. Alsof je door een goudmijn loopt, één keer om je heen kijkt en het daarbij laat.

Rembrandt van Rijn met zijn prachtige schilderijen. Beatrice de Graaf met haar deskundige analyses over terreur. Johann Sebastian Bach met zijn schitterende muziek. Stuk voor stuk échte vakmensen die terecht veel credits ontvangen voor hun specialiteiten. Ons seculiere landje is gezegend met duizenden vakmensen die Bijbelteksten op vijf verschillende manieren kunnen interpreteren. Maar die mensen moeten terug hun hok in…

Snap jij het nog?

Huwelijkscrisis in huize Schipper

Er wordt de laatste tijd steeds meer met stemverheffing gesproken in huize Schipper. Eén keer per week is er 90 minuten lang sprake van een grafstemming. Het huwelijk tussen mij en mijn cluppie Excelsior staat onder grote druk.

Zo’n zes jaar gelden stapten Excelsior en ik in het huwelijksbootje. Toen kocht ik mijn eerste seizoenkaart. Zoals je wel vaker hoort, werden we aan elkaar gekoppeld. Mijn opa nam mij regelmatig mee naar Excelsior. Vanaf de eerste wedstrijd hadden we een klik. Ik besloot om steeds vaker te daten op Woudestein. En het was eigenlijk altijd een gezellige boel.

‘Huwen is trouwen, dus trouw zijn en trouw blijven. Een band die niet los kan. Dat geldt goede en kwade dagen, dat geldt rijkdom en armoede, dat geldt gezondheid en ziekte,’ meldt het klassieke huwelijksformulier. We hebben inmiddels heel wat goede dagen gehad. Ik denk met plezier terug aan plaatsing voor de halve finale van de KNVB-beker in 2015. Ook de 3-0 overwinning op Feyenoord in 2017 was een zeer ‘goede dag’.

Het huwelijksformulier heeft helemaal gelijk. Er zijn ook kwade dagen. Dit jaar zijn het er alleen wel erg veel. In maart en april speelde Excelsior in totaal negen wedstrijden. Eén keer sleepte Excelsior in de laatste minuut een gelijkspel uit het vuur. De andere acht wedstrijden werden allemaal verloren. Dieptepunt was de 1-2 nederlaag tegen NAC Breda, een club die het slechtste voetbal van Nederland speelt en helemaal onderaan staat.

Het valt de laatste tijd niet mee om met plezier naar Excelsior te gaan. Steeds vaker zoek ik redenen om tijdens de wedstrijd mijn zitplaats te verlaten. Ik sta liever bij de stroopwafelkraam dan langs het veld. Ook het aantal plaspauzes neemt steeds meer toe. Even geen zuchtende en klagende Excelsior-supporters om mij heen. Dan maar even naar mijn eigen gezeik luisteren.

Ik heb de indruk dat steeds meer Excelsior-supporters hun heil in een andere relatie zoeken. Niet ver van Woudestein staat De Kuip, waar buurman Feyenoord woont. Soms denk ik het wel eens. ‘Als ik nu voor Feyenoord zou zijn… kijk ik met veel meer plezier naar het spelletje.’ Iedere huwelijkscoach zou dan zeggen: ‘Doe dat nou niet. Het gras bij de buren is altijd groener.’

Weer denk ik aan die tekst uit het huwelijksformulier. ‘In goede én kwade dagen.’ En dus ga ik binnenkort tóch weer naar Woudestein. Met een rood-zwart sjaaltje om mijn nek en een Excelsior-petje op mijn hoofd. Met forse tegenzin. Mopperend op die trage verdediger die veel te vaak de bal verspeelt en die aanvaller die de bal in de Maas schiet in plaats van in het doel.

Gelukkig is er maar één huwelijk dat écht telt. En daar is van een crisis gelukkig geen sprake. Sterker nog, vandaag kwam ik thuis na een dag werken. Terwijl ik Neline een knuffel gaf, hoorde ik voetbalgeluiden op de achtergrond. Ze had alvast de wedstrijd van Excelsior opgezocht en de tv aangezet, zodat ik na een drukke werkdag meteen kon neerploffen. Wat een liefde. In goede én kwade dagen.

HELP! De vrouwen zorgen voor gedoe in de kerk

Volgend jaar telt Nederland weer eens zeventien miljoen bondscoaches. De kans is groot dat Oranje dan meedoet aan het EK voetbal. In iedere huiskamer heeft men dan een mening over het spel van het Nederlands elftal.

Soms lijkt er in de kerk een eeuwigdurend ‘kampioenschap’ gaande. Er zijn namelijk tal van hete hangijzers waarover christenen een verschillende mening hebben. Vaak is die mening niet relevant, maar soms kun je er als gelovige niet omheen. Een paar maanden geleden werd christelijk Nederland min of meer gedwongen om een mening over homoseksualiteit te hebben vanwege de Nashvilleverklaring. Dit keer zijn de christelijke gereformeerde christenen aan de beurt.

Vroeger was het de normaalste zaak van de wereld om een meningsverschil op een heel simpele manier op te lossen: een nieuwe kerk starten. Eén van die kerken is het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) dat in Nederland ongeveer 185 kerken en bijna 75.000 leden telt. In deze kerk is onlangs gedoe ontstaan omdat één van die 185 kerken het voor vrouwen mogelijk wil maken om aan de slag te gaan als ouderling en diaken. Volgens de tegenstanders gaat dit in tegen de landelijke afspraken.

Maar deze kwestie is echt niet zo simpel als het lijkt. Sinds de komst van Jezus zijn we niet meer met handen en voeten aan wetten en regels gebonden. Wie de Bijbel leest zal ontdekken dat christenen enorm veel vrijheid hebben in de wijze waarop zij hun geloof invullen. Nergens staat geschreven hoe je als christen zou moeten denken over homorelaties, Forum voor Democratie en wel of niet op zondag naar het voetbalstadion. Wel is het heel goed mogelijk om op grond van de Bijbel je mening te beargumenteren. Maar als je op basis daarvan medechristenen dwingt om ook die mening te aanvaarden, ga je lijnrecht tegen het denken van Jezus in.

In diezelfde Bijbel staan heel veel brieven van Paulus, een gezaghebbende man in de tijd dat de kerk op aarde is ontstaan. Hij geeft heel veel richtlijnen mee voor mensen die leidinggeven aan de kerk. Wie zijn brieven letterlijk leest, gelooft dat het niet is toegestaan dat vrouwen in de kerk leidinggevende functies op zich nemen. Maar er zijn ook heel veel christenen die deze teksten anders interpreteren of die rekening houden met de culturele context waarin de Bijbel is geschreven. Volgens hen zouden we de richtlijnen van Paulus niet één op één moeten overnemen. Ziedaar de voedingsbodem voor een kerkelijk conflict.

Officieel is het binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken niet toegestaan om een vrouw als ouderling of diaken aan te stellen. Maar veel kerken werken samen met kerken waarin dat wel mogelijk is (voor de fijnproevers: de Nederlands Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt). In Nieuwegein is zo’n samenwerkingskerk tot de conclusie gekomen dat het met het oog op de eenheid in die kerk beter is om het beleid aan te passen en vrouwen als ouderling en diaken toe te laten. Maar volgens ‘de afspraken’ is dat niet mogelijk. Kortom, er is een huwelijkscrisis gaande in één van de vele landelijke kerken in ons land. Ligt een volgende kerkscheuring op de loer?

Het probleem van de christelijke gereformeerden gaat eigenlijk over ons allemaal. De kerk waar ik iedere zondag naartoe ga bestaat uit heel veel verschillende mensen met allerlei meningen, ook over die vrouwenkwestie. En ik vind het prachtig om juist met christenen die heel anders denken het lied ‘Samen in de naam van Jezus’ te zingen of het ‘Onze Vader’ te bidden. De kerk is geen vriendengroep met mensen die op mij lijken met dezelfde mening als ik. Wel is de kerk een kleurrijke familie waar mensen met elkaar mogen botsen. Wie die ander uitkotst vanwege een meningsverschil heeft niet alleen een probleem met de ander, maar ook met de Heer Zelf.

Ik erger mij kapot aan iemand in onze kerk

In de kerk krijg ik vaak te horen dat ik de mensen om mij heen moet liefhebben. Ik heb een probleem. Het lukt mij niet! Ik erger mij met regelmaat groen en geel aan iemand die onze kerk bezoekt.

Drie jaar geleden zijn mijn vrouw en ik naar Utrecht verhuisd. Wat waren we blij met ons nieuwe plekje. Dat weet ik nog heel goed! Voordat we gingen verhuizen besloten we al te zoeken naar een kerk in de buurt. Het klinkt misschien heel gek, maar voor ons is aansluiting vinden bij een kerk bijna net zo belangrijk als ons eigen huis.

Hoe dat kan? Volgens de Bijbel, een boek waardoor christenen zich wereldwijd laten inspireren, vormen mensen die in Jezus geloven samen één grote familie. En dat is echt heel iets anders dan een voetbalclub. Er zijn veel overeenkomsten, maar één van de grootste verschillen is dat de kerk bedoeld is om samen het leven te delen. Samen eten, samen lachen en samen huilen. Zo ging het eraan toe in de eerste kerk die in de eerste eeuw ontstond.

Die plek hebben we gevonden en we zijn dolgelukkig met die kerk. We zijn onderdeel geworden van een nieuwe familie. We stellen ons huis wekelijks open, leven mee met mensen in nood en maken samen lol. Hét hoogtepunt is het jaarlijks kerkweekend. Met z’n alleen drie dagen lang spelletjes doen, de Bijbel lezen en op jolige muziek dansen. Het moment dat ik de polonaise inzette op de melodie van de Klompendans van Frans Baggerman zal ik niet meer vergeten!

Wie denkt dat een familie alleen bestaat uit mensen met wie je altijd op één lijn zit, heeft het mis. Christenen zijn net mensen. Iedereen heeft een eigen, unieke persoonlijkheid. We zijn allemaal op een andere manier in het leven gevormd. Dat heeft hele mooie kanten, want de veelkleurigheid van de kerk laat zien dat de boodschap van Jezus voor iedereen is bedoeld. Hij is niet alleen gekomen voor de Joden of de christelijk-gereformeerden. Wat fijn!

Maar die nieuwe familie heeft ook een keerzijde. Regelmatig word ik geconfronteerd met mensen met wie ik na twintig seconden ben uitgepraat. Dat is in een kerk als de onze best ingewikkeld. Voordat de kerkdienst begint ontbijten we samen. Dan is er de kans dat je naast of tegenover iemand komt te zitten met wie je geen klik hebt. Wat dat betreft is de kerk net een school of voetbalclub, zou je zeggen. Waar maak ik mij eigenlijk druk om?

Als je iemand probeert te ontwijken, wordt het knap ingewikkeld, kan ik je vertellen. Zeker als je je ergert aan iedere zin die die persoon uitspreekt. Dat betweterige toontje… Die totaal andere planeet waarop hij zich bevindt… Ik vind het doodvermoeiend!

Ik betrapte mij er pas zelfs op dat ik even in een juichstemming verkeerde. Waarom? De kerkganger was er deze keer niet. ‘Heerlijk! Wat een rust.’ Even later dacht ik aan een gebed dat ik de een paar dagen eerder heb uitgesproken. ‘Heer, dank U dat we met zoveel verschillende mensen één kerk mogen vormen. Dank U dat U ons aan elkaar hebt gegeven om met elkaar mee te leven.’ Kan ik daar eigenlijk wel ‘amen’ op zeggen als ik dat helemaal niet op die manier ervaar?

Het zou zomaar kunnen dat hij aanstaande zondag weer aan één van onze ontbijttafels in de kerk zit. Stiekem ga ik dan toch maar even aan een andere tafel zitten. Of is dit een zondige, onchristelijke gedachte?

Wat ik mij al een jaar afvraag: waarom moet Israël kapot?

Regelmatig heb ik de behoefte op mijn televisie of smartphone door het raam te gooien. Niet omdat mijn favoriete voetbalclub Excelsior bijna wekelijks verliest. Mijn woede heeft te maken met een doodvermoeiende strijd, meer dan 3.000 kilometer verderop.

Met een glas wijn in de hand en liedjes van André Hazes of Guus Meeuwis op de achtergrond, luid ik graag het weekend in. Het mag duidelijk zijn dat iedereen op een eigen manier een drukke werkweek laat bezinken. Ook in het Midden-Oosten. Sinds vorig jaar hebben rellende Palestijnen daar een eigen manier voor ontwikkeld. Met een zo groot mogelijke groep gaat men naar de Israëlische grens, die om veiligheidsredenen hermetisch is afgesloten. Vervolgens wordt met allerlei middelen geprobeerd om aandacht te trekken, zoals molotovcocktails, brandbommen en het verbranden van autobanden. En als het even kan wordt de grens bestormd.

Vorig jaar begonnen op 30 maart, deze week een jaar geleden, de zogenaamde Mars van Terugkeer-protesten. Veel Palestijnen, woonachtig in Gaza, zijn van mening dat zij recht hebben op een bestaan in Israël. Alles lijkt geoorloofd om daar aandacht voor te vragen. Zo zijn er brandende ballonnen en vliegers ingezet om honderden hectares landbouw- en bosgrond in Israël te verwoesten. Dieptepunt was het bloedbad in mei 2018. Meer dan 60 Palestijnen kwamen om het leven bij een demonstratie. Het mag duidelijk zijn dat van een vreedzame demonstratie geen sprake was. Om een nog groter bloedbad te voorkomen schoot Israël met scherp.

Ook Israël maakt fouten
Wie de Palestijnen een warm hart toedraagt, zal waarschijnlijk na de vorige alinea zijn afgehaakt, omdat ik te weinig oog zou hebben voor het Palestijnse leed en het harde beleid van Israël. Ik heb echter een bloedhekel aan eenzijdige berichtgeving en framing. Daarom heb ik namens CIP.nl voorganger Henk Fonteyn opgezocht. Henk ging meerdere keren naar de Palestijnse gebieden en ontdekte dat christenen vaak eenzijdig over Israël en de Palestijnen praten, politiek en theologisch. Dat ben ik met hem eens. Soms slaat Israël door in het verdedigen van het Joodse volk en dat gaat ten koste van Arabieren in de betwiste gebieden. In zijn boek geeft Henk een aantal concrete voorbeelden om dat te illustreren.

Leugens en halve waarheden
Maar niet alleen mensen die Israël een warm hart toedragen moeten beide kanten van het verhaal vertellen. ‘Vreedzame demonstratie’, ‘ongewapende burgers’ en ‘oorlogsmisdaden van Israël’. De Nederlandse media stonden rondom het bloedbad in Gaza vol van deze termen. Via Twitter las ik dat de ‘vreedzame’ demonstratie door terreurgroep Hamas is gekaapt en ‘vreedzame’ demonstranten werden opgeroepen om messen en vuurwapens mee te nemen naar de grens. Hamas betaalde families 100 dollar om deel te nemen aan de gewelddadigheden die tot doel hebben een invasie in Israël te creëren. Blijkbaar ging het er helemaal niet zo vreedzaam aan toe en had Israël alle reden om hard in te grijpen.

De meeste mensen in mijn omgeving weten niet dat na dat bloedbad in Gaza de gewelddadige rellen de rest van het jaar doorgingen. Daar is een logische verklaring voor. Nederlandse media maken vaak pas melding van gewelddadigheden als Israël reageert. Daardoor ontstaat de indruk dat Israël de boosdoener is. In stilte kan Hamas ondertussen raketten het land binnensmokkelen via terreurvrienden uit Iran en via Hezbollah, worden er terreurtunnels gegraven en raketten afgeschoten die gelukkig vaak door Israëlisch afweergeschut uit de lucht worden geschoten of in open veld terechtkomen. Als de Nederlander vervolgens in de krant leest dat Israël ‘bepaalde doelen’ in Gaza bestookt, ontstaat het idee dat Hamas slechts een tolerante korfbalvereniging is die lijdt onder de ‘Israëlische bezetting’.

Dromen van dode Joden
De vijandigheden richting Israël stapelen zich ondertussen steeds meer op. Niet alleen Hamas, maar ook de Libanese terreurgroep Hezbollah droomt van de vernietiging van Israël en zoveel mogelijk dode Joden. “We zijn klaar om de zionistische vijand te bestrijden. De oorlog zal komen en wij bereiden ons daarop voor,” zei Hezbollah-leider Hassan Sayyed Nasrallah onlangs. De Iraanse generaal Aziz Nasirzadeh gooit er met alle plezier een schepje bovenop. “We zijn klaar voor de beslissende oorlog die tot de verdwijning van Israël zal leiden.”

Iedere keer wanneer ik dit soort idiote uitspraken lees, vraag ik mij af wat ze bij de NOS zouden doen als de Israëlische regering zou beweren dat Iran of Libanon in de zee moet verdwijnen. Zou het NOS-journaal er dan wel over berichten? Deze week was het opnieuw raak. Vanuit Gaza werd een raket op Israël afgevuurd – volgens Hamas ‘per ongeluk’ – waarbij zeven mensen gewond raakten. Op mijn smartphone las ik hoe theoloog Janneke Stegeman er in slaagde om deze walgelijke terreurdaad om te draaien door een middelvinger naar Israël op te steken. Het zou allemaal de schuld van Israël zijn.

Mijn klomp brak. Mijn broek zakte af. En wéér stond ik op het punt om mijn smartphone door het raam te gooien. Waarom moet Israël kapot?